Een Travellerspoint blog

Seneg à l'aise

sunny 40 °C

Dag lieve mensen,

Ik ben pas terug van onze Senegal-reis en het voelt allemaal nog wat onwezenlijk aan. Van de armoede naar onze overdreven luxe op één dag tijd is een grotere shock dan omgekeerd.

Omdat de reis een grote indruk op me heeft nagelaten en ik daar niet op internet ben geweest, zal ik het deze keer wat anders aanpakken en m'n impressies wat overtijds online zetten.

Ik heb veel gezien, veel gehoord en vooral veel geleerd...

Doordat ik pas in januari was beginnen werken had ik geen recht op betaalde jeugdvakantie en zat een reis er dus oorspronkelijk niet in. Gelukkig ben ik uiteindelijk (de reiskriebels zitten nooit ver) toch wat beginnen zoeken en rekenen en tellen en ben ik op een joker-reis gekomen waar ik onbetaald verlof voor kon nemen.

Senegal ging het worden omdat ik 1) nog nooit naar zwart - Afrika was geweest en het zeker eens wou meemaken en 2) het één van de kortste joker-reizen was in oktober (2 weken ipv 3).

Ik heb me op voorhand niet echt kunnen voorbereiden. Wel was Sofie (die ook mee was naar Mexico en Vietnam) een maandje eerder dan mij naar Senegal geweest en heeft zij mij toch wat last-minute tips & tricks kunnen meegeven. Dank u Sofie!

Een volledig onbekende groep werd het dit jaar ook niet. Bij toeval dezelfde begeleidster als vorig jaar (Barbara) en ook Annelies en Hanne kende ik van mijn studies in Kortrijk en Leuven. Virginie en Marieke kende ik van zien. Samen met nog Tina, Bart, Nele, Lisbeth, Sieglinde en Kelly erbij werd het uiteindelijk een hele fijne en levendige bende! Ze zullen ons daar niet snel vergeten denk ik :o)

Dag één
De sfeer zat er al snel in. Met zeven Zuid-West-Vlamingen rond 11u samen de trein genomen richting luchthaven. Daar de rest van de groep opgewacht, nog wat beter kennis gemaakt met elkaar en het vliegtuig op. In Lissabon onze vier wachturen opgevuld met wat onnozel doen op de roltrappen en nog eens lekker gegeten... de tijd passeerde snel en voor we het wisten was het middernacht en kwamen we toe in Dakar. Met het uitstappen van het vliegtuig had ik een kleine flashback: warme vochtige hitte. Is dit nu Senegal of Mexico? Dat gevoel van desoriëntatie heeft me eigenlijk de rest van de reis blijven overvallen. Soms vergat ik echt waar ik was en had ik eerder de neiging om in het Spaans te beginnen in plaats van het Frans (was het maar zo!). De Via Via herberg (verbonden aan Joker) lag maar op vijf minuutjes van de luchthaven en al snel lagen we daar in ons bed. Met 27 graden 's nachts was het aanpassen aan de hitte maar als één van de weinigen heb ik die eerste nacht toch goed geslapen.

n539567897..70_7465.jpg

Dag twee
Ontbijt Senegalaise: stokbrood met kaas, confituur of choco (alhoewel we dat laatste niet veel hebben meegemaakt) en thee of koffie. Daar aan tafel ook direct kennis gemaakt met onze huisgenootjes de muis (die we Jefke doopten), de salamanders en de kever/kakkerlakachtige wezentjes waarvan er direct al een flink exemplaar op mn voet zat. Later bleek Jefke ook vaste gast te zijn op ons kamer en had hij al de koekjes van Hanne opgeknabbeld. De sloeber!
Voor de rest vonden we de herberg wel heel gezellig om te overnachten. We zaten hier trouwens niet in Dakar-city maar in Yoff, vlakbij maar een stuk rustiger.
Onze eerste activiteit die dag was een les Wolof. Wolof is de moedertaal van de meeste Senegalezen en tot 80% onder hen spreekt het. Fatou leerde ons enkele basisbegrippen die we de rest van de reis nog verder gebruikt hebben.

- Asalaam malékum (Goeiedag)
- Malékum salaam (Goeiedag)
- Nanga def? (Hoe gaat het?)
- Mangi fi rek (Het gaat goed)
- Noo toudë? (Hoe heet je?)
- Mangi toudë Philine (Ik heet Philine)
- Foo dëkë? (Waar woon je?)
- Mangi dëkë la Belgique (Ik woon in België)
- Niata at nga am? (Hoe oud ben je?)
- Mangui am niar fukk akk nint (Ik ben 24 jaar)

Na de les mochten we het direct al in praktijk gaan toepassen. We werden op een charette gezet (paard en kar) en op diverse plekjes in Yoff moesten we dan opdrachtjes uitvoeren (een groente kopen aan een kraampje, water halen en op ons hoofd dragen, meel stampen, een zandtekening maken,...). Een ludieke manier om toch ook direct een stukje van het familieleven daar gezien te hebben.

n118316692..50_2508.jpg

n539567897..72_8396.jpg

n539567897..71_8034.jpg

Na het middageten (broodje tonijn) kwam Lies Van Camp langs. Lies is een Belgische dame uit het Leuvense dat sinds 1996 woont en werkt in Dakar. Ze trekt er zich het lot van de straatkinderen aan. Het is een probleem waar je in Senegal niet naast kunt kijken. De Talibé's, zoals ze genoemd worden, zwerven rond in grote steden, bedelend om geld en eten. Vanaf de leeftijd van 3 à 4 jaar plaatsen sommige ouders hun kinderen onder de hoede van een marabout, een moslimgeleerde. Vaak omdat hun bestaansmiddelen niet toelaten om deze kinderen groot te brengen in hun dorp in het binnenland. De marabouts trekken met de kinderen naar de steden waar ze hen koranles geven in ruil voor de opbrengst van hun bedeltochten, vaak 10u per dag. De kinderen leven op bouwplaatsen, dragen vuile en kapotte kledij, hebben vaak onvoldoende te eten en bevinden zich in onhygiënische omstandigheden. Lies heeft de Via Via herberg in Yoff opgericht en al snel het probleem opgemerkt. Ze is begonnen met hen ontbijt te geven wanneer de gasten weg waren. Omdat ze merkte dat velen onder hen ook wondjes hadden, begon ze ook in te staan voor hun verzorging door hen te laten douchen en hun wonden te verzorgen. Op den duur werd de groep kinderen zodanig groot dat ze gezocht heeft naar een betere oplossing. Sindsdien heeft zij een opvangtehuis voor hen waar zij eten, wondverzorging, les maar vooral geborgenheid krijgen. Door de jaren heen heeft Lies vele mensen geïnspireerd om mee te werken aan een betere toekomst voor deze kinderen. Vrijwilligers, donoren en medewerkers hebben mee deze droom gerealiseerd en zijn nog steeds bezig om dit project beter te laten evolueren. Lies is met meerdere projecten bezig wat er toch voor zorgt dat ze maandelijks minstens 1500 euro nodig heeft om alles draaiende te houden.
Op steun van de overheid hoeft ze alvast niet te rekenen. Ze vraagt al jaren om een eigen stuk grond zodat ze niet meer hoeft te huren, maar het enige wat ze tot nu toe kreeg was wat rijst en meel. Ook staat al jaren een grote container vol hulpgoederen uit Europa vast omdat ze te veel geld moet betalen om hem te krijgen. De tegenkanting en het harde leven in Senegal hebben ervoor gezorgd dat ze zich ook terug genoodzaakt ziet om met haar gezin (ze heeft drie kinderen gekregen in haar tijd in Senegal) naar België terug te keren. Ze zal echter haar inzet voor de projecten onverminderd voortzetten.
Sedert de huidige president aan de macht is gaat de economie terug achteruit en wordt de kloof tussen arm en rijk des te groter. De prijs van een zak rijst is de laatste jaren verdubbeld terwijl de lonen gelijk blijven. Ook de Senegalezen zelf, die meestal een masker opzetten en zeggen dat alles goed gaat, beginnen al eens te klagen. Honger hebben is in dit land al niet niet zeldzaam meer, terwijl het enkele jaren terug nog stukken beter ging. Ze durven echter niet te luid protesteren aangezien kritiek geven op de regering of de president een gevaarlijke onderneming blijft.
Ik heb Lies gevraagd hoe het zit met psychiatrie in Senegal. In Dakar hebben ze een soort PAAZ-dienst (Psychiatrische Afdeling binnen een Algemeen Ziekenhuis) en wat dieper in het binnenland is er een psychiatrisch ziekenhuis. Veel mensen decompenseren hier op hun leefsituatie.

n118316692..55_3682.jpg

Later die dag zijn we één van de projecten van Lies gaan bezoeken. Zo'n opvangtehuis voor talibé's. Ze waren er heel dankbaar voor de spullen die we hadden meegebracht qua verzorgingmateriaal, schoolmateriaal, kledij etc... Lisbeth had heel wat t-shirts bij waarop kindertekeningen gedrukt stonden. De kinderen hebben die dan aangetrokken en liedjes gezongen voor ons. Waaronder een aantal Senegalese kinderliedjes die we later nog vaak te pas en te onpas gezongen hebben. Een heel fijne namiddag om met hen bezig te zijn, maar toch ook confronterend.
Daarna zijn we nog naar het strand gegaan, waar we djembélessen gekregen hebben en nog wat met de kinderen gespeeld hebben.

n539567897..995_838.jpg

DSC_0394.jpg

Ons avondmaal bestond uit de nationale schotel tieboudienne: rijst, tonijn, maniok, aubergine, aardappel, wortel, meloen en limoen. Was wel smakelijk. Voor het slapen hebben we nog bezoek gehad van Servaas. Ook een Belg die zich inzet voor de kinderen in Senegal en die geholpen heeft een school op te richten iets buiten Dakar.

Voor meer informatie rond de projecten van Lies zie http://www.tsx.be of http://www.afractie.be
Ze kunnen alle hulp gebruiken!

Dag drie
Opgepikt door Doudou met zijn bouworde-busje. Met z'n twaalven er in, een beetje krap maar er is airco dus het kon erger. Eerste stop van de dag was Lac Rose. Zoals de naam het zelf zegt, een roze meer, waar mannen keihard werk verrichten door 9 uur met een emmer zout te ontginnen van de bodem. De roze kleur van het meer is het wijten aan het feit dat de hoge zoutconcentratie het licht anders breekt en de aanwezigheid van rode plankton en microbacterieën. Door de hoge zoutconcentratie (300-480 g/l) is vrijwel geen leven in het water mogelijk en blijven baders in het water drijven als in de Dode Zee. Het meer is drie meter diep, waarvan anderhalve meter uit zout bestaat en anderhalve meter uit water. Het water komt ondergronds vanuit de oceaan onder de duinen door zodat het gezuiverd wordt. Enkelen zijn er in gaan baden maar kwamen er al snel weer uit omdat het zout pijnlijk was voor wondjes. Ik had er alvast geen spijt van het niet gedaan te hebben, zeker toen ik tien minuten later een waterslang zag passeren.

n539567897..69_7086.jpg

Daarna naar Villages des Tortues voor picknick met stokbrood (wat we zowat twee weken lang twee maal per dag gegeten hebben) en een rondleiding door dit reservaat voor schildpadden.

n539567897..99_2079.jpg

Volgende stop was een haven. Wat een overrompeling! Het was rond 17u, het uur waarop de mannen terugkeren met hun vangst en alle vrouwen hen opwachten om de vis over te nemen en dan te verkopen. Heel dat strand zag 'zwart' van het volk, één grote hectische bedoening en wij liepen daar zo wat onwennig tussen. Ook niet zo goed voor de maag om die vis daar in de vlakke zon te zien liggen met zwermen vliegen er op.

n556434368..35_5044.jpg

Snel terug het busje in en na nog een stop aan een heilige baobab-boom zijn we uiteindelijk gearriveerd in Ndangane. Een gezellig dorpje aan de zee waar we in een hele fijne herberg in hutjes sliepen. Met zwembad! Dus ookal was het al donker toen we aan aankwamen, het duurde niet lang voor we in het zwembad zaten. Diezelfde avond ook nog naar het strand gegaan waar Babou, onze gids, met zijn vrienden een djembe-optreden hield. En als afsluiter zijn we met een paar nog naar de lokale discotheek getrokken om een stapje te zetten.

n118316692..76_8900.jpg

Dag vier
Om 9u afspraak aan het ontbijt. Die dag mochten we vrij opvullen tot 16u30. Wat gezwommen, rondgelopen in het dorpje, fruitsla gemaakt, financieën geregeld,... Om 16u30 kwamen ze ons dan oppikken met paard en kar. Hiermee zijn we de buurt gaan verkennen en een traditioneel dorpje bezocht. Vooral de kinderen zagen ons daar graag komen en al snel liep iedereen wel met een paar ukjes aan de hand. Als afsluiter heeft één van de mannen een palmboom beklommen en voor iedereen een kokosnoot afgesneden. Voor het vertrek stonden de vrouwen ons op te wachten met hun handwerk (juwelen, beeldjes etc...) en hebben weinigen met lege handen teruggekeerd. Natuurlijk te veel betaald want we kenden de prijzen toen nog niet goed. De terugweg hebben we luidkeels alle mogelijke liedjes gezongen. Die avond zijn Annelies en ik nog thee gaan drinken bij Doudou, een lokale bewoner die ons die middag had aangesproken en uitgenodigd. Thee drinken is als het ware een heilige traditie bij de Senegalezen. Het is een gans ritueel waar veel tijd in kruipt. Ze maken er drie: de eerste is bitter als de dood, de tweede zacht als het leven en de derde zoet als de liefde. De manier van bereiden wordt in vele Arabische landen gebruikt en is oorspronkelijk uit China afkomstig. Dus het weigeren wanneer iemand je uitnodigt om thee te komen drinken is een beetje 'not done' en we wouden het ook wel eens meemaken. Het was voor ons enorm gek om het contrast te zien bij hem thuis. Met z'n ouders en broers en zussen op een klein stukje grond, traditionele hutten en weinig meubels maar dan wel een tv en stereo-instalatie. Omdat we wat laat begon te worden en het ritueel zo lang duurt hebben we het bij één thee gehouden en heeft hij ons daarna mooi terug geëscorteerd naar onze herberg. In geen enkel ander continent en zelfs in ons eigen land zouden we er niet aan denken om in het donker mee te gaan met een man die je nauwelijks kent, maar daar doe je dat gewoon zonder je ook maar een seconde onveilig te voelen. De gastvrijheid in dat land is buitengewoon.

n539567897..03_3370.jpg

n556434368..474_350.jpg

n539567897..04_3701.jpg

Dag vijf
Om 5u30 uit de veren om samen met Babou en zijn companen in een prauw de Siné Saloum te verkennen. Dit gebied bestaat voornamelijk uit mangroves, duinen en tal van eilandjes. We meren dan ook regelmatig aan bij één van de eilandjes om de dorpjes te verkennen. Telkens ook het wat gelijkaardige verhaal van de zwermen kindjes die ons bij de hand nemen of van ver 'Toubab, toubab!' (blanke) roepen. Op sommige plekken zijn ze duidelijk geen toubabs gewend en kijken ze ons met grote ogen aan, op andere hebben ze er al wat te veel gezien en komen ze schaamteloos geld, bonbons of cadeau's vragen. Ook constant hetzelfde scenario van de vrouwen en kinderen met tonnen water op hun hoofd of meisjes van een jaar of vijf met hun baby-broertje of zusje op de rug. De mannen liggen vaak op een mat onder een boom te rusten of te vergaderen onder de grootste baobab van het dorp. Die dag heb ik zelf niet zo bewust meegemaakt wegens helemaal versuft van de zon en m'n regels. Het was de volledige reis dagelijks tegen de 40 graden maar enkel die dag heb ik er zoveel last van gehad. Babou en co deden tussendoor hun uiterste best om het zo sfeervol mogelijk te maken met hun djembé's. De maaltijden waren op z'n Seneg à l'aise: ontbijt hadden we rond 6u gehad, middagmaal rond 15u en avondmaal 22u. Velen in de groep hadden daar wel wat last mee, maar ik had die volledige eerste week met moeite honger. Ons slaapplaats van die nacht was op de kiezels op een onbewoond eiland. Magnifiek!

n118316692..583_771.jpg

n146703992..38_9528.jpg

DSC_0934.jpg

n556434368..19_7621.jpg

n539567897..07_4664.jpg

n539567897..14_7073.jpg

Dag zes
Terug vroeg uit de veren. Eerst een korte wandeling gemaakt op het eiland en daarna terug de prauw op. We hebben toen nog een miniscuul eilandje bezocht waarvan Kelly in een Belgische krant gelezen had over het dorpje die daar gevestigd is. Het stamhoofd is daar namelijk een vrouw, wat zeldzaam is. Ze heeft ons heel openhartig ontvangen en bedankt voor ons bezoek. Duidelijk een sterke vrouw, maar al serieus aangetast door de tand des tijds (glaucoom, arthrose,...).

n102141882..75_8799.jpg

n539567897..69_6697.jpg

n539567897..16_7711.jpg

Een uurtje later meerden we aan met de prauw en mochten we terug het bouworde-busje van Doudou op. Hij voerde ons naar het lepradorp waar Masse M'baye werkt. Masse is een Senegalees met een door lepra zwaar verminkte moeder. Hij werd door zusters opgevoed en dankzij hen heeft hij kunnen studeren tot sociaal werker en stage kunnen lopen in Europa. O.a. in Frankrijk, België (gevangenis van Leuven en asielcentrum in Kapellen) en Duitsland (om te bestuderen hoe Oost- en West-Berlijn na de val van de Berlijnse muur terug op een zelfde niveau zijn geraakt). Masse is een man met een visie waarvoor je vanaf de eerste seconde eindeloos respect hebt. Hij is de draaischijf van de NGO Chaulmoogra. De naam verwijst naar een plant waarvan de olie een heilzame werking heeft op leprapatiënten.

De NGO Chaulmoogra werkt in twee Senegalese dorpen aan de sociale integratie van (gewezen) lepralijders:
- Sowane: op zowat 10 km van de regionale hoofdstad Fatick. Hier leven +/- 400 mensen, verdeeld over 60 families. 15 personen zijn zwaar gehandicapt ten gevolge van lepra. Verder bekommert de organisatie er zich over 55 genezen lepralijders.
- Koutal: op 7 km van de regionale hoofdplaats Kaolack. Het dorp telt +/- 700 inwoners, verdeeld over 119 families. Hier leven 45 zwaar gehandicapten en 90 genezen lepralijders.

Bij het uitwerken van zijn programma besteedt Masse veel aandacht aan vorming, sensibilisatie en het werken aan de mentaliteit. Zelfredzaamheid en eigen initiatief staan daarbij voorop.
Chaulmoogra is actief op diverse domeinen:
- Produceren van betonblokken (bouw woningen + verkoop);
- Naaiatelier;
- Bakkersoven voor het dorp + mogelijkheid tot verkoop elders;
- Financieren van de vorming van kinderen van lepralijders. Eenmaal gediplomeerd, bijv. als verpleegster, kunnen die jongeren dan zelf de financiële zorg voor hun (gehandicapte) ouders overnemen;
- Verschaffen van kleine leningen (microkrediet) waarmee de betrokken families een eigen economische activiteit kunnen opstarten;
- Per jaar 10 kleine gezinswoningen bouwen voor wie ten gevolge van lepra gehandicapt werd;
- Installatie van kleine machines om zeep te maken;
- Financieren van medische zorgen voor chronisch zieken, in sommige gevallen voor het uitvoeren van amputaties;
- Opvangtehuis voor talibé's
- Verdeling van kleding, geneesmiddelen en schoolmateriaal.

Masse krijgt veel steun vanuit Europa en ook vzw Bouworde zendt vrijwilligers om de woningen te helpen optrekken. Hij heeft het echter niet gemakkelijk. Hij wordt constant gecontroleerd vanuit zijn overheid. Ze zien die geldstromen als een bedreiging en zouden zoeken naar een reden om hem de gevangenis in te krijgen...
Ondanks zijn enorm drukke agenda heeft hij ons enkele van zijn projecten kunnen tonen. Ten eerste één van de lepradorpen, Koutal. Daar heeft hij o.a. een rusthuis voor ouderen gehandicapt t.g.v. lepra opgericht. We hebben daar een kijkje mogen nemen, wat toch wel een enorme confrontatie was. Het besef dat zo'n verschrikkelijke ziekte de wereld nog niet uit is maar ook het respect dat Masse voor hen toont. Wij werden voorgesteld aan hen en hij liet hen hun zegje doen en vertaalde alles voor ons. Ze waren vooral heel dankbaar voor ons bezoek. Voor hen een teken dat ze niet vergeten worden. Masse heeft ons ook nog enkele andere zaken getoond zoals de bakstenen die ze daar maken, de voedselverdeling, de bouworde-huizen. We hebben ook veel uitleg gekregen rond het systeem met micro-kredieten, waarbij hij families voorziet van een woning of werk (bijv. door traditionele bakkerij te bouwen) en hen dan de kosten op termijn laat terugbetalen. Bijv. hij koopt voor hen een koe voor 200 000 CFA, deze laten zijn dan aanvetten en verkopen ze terug voor 300 000 CFA, daarmee kopen ze een nieuwe koe en betalen ze al een stukje terug aan hem etc...
Hij heeft ons die nacht laten slapen in het dorp waar hij is opgegroeid en waar ook zijn familie woont. Een mooi voorbeeld van hoe ieder traditioneel Senegalees dorp er zou moeten kunnen uitzien. Net, gestructureerd, enkele moderne machines om meel te stampen en brood te bakken, een gestructureerd boerderijtje ipv dieren die in het wildeweg rondlopen, enkele bewerkte akkers,... Zijn plan is om binnen enkele jaren de nationale tv uit te nodigen om in zijn dorp te komen filmen en aan de rest van het land te tonen hoe het beter kan.
Zijn visie is: "Iedereen denkt dat Afrika arm is. We zijn niet arm, we weten alleen niet hoe we onze grondstoffen moeten gebruiken." En dat is net wat hij doet. Onderzoeken hoe grondstoffen kunnen benut worden en welke andere producten uit bijv. Europa of Zuid-Amerika in Senegal ook kunnen gemaakt worden.

DSC00064.jpg

DSCN0302.jpg

Die dag had ik een smsje gestuurd naar huis om wat regen op te sturen en het toeval wilt dat we die de volgende twee nachten daadwerkelijk gekregen hebben. Die nacht was het iets minder aangewezen omdat we terug buiten op de grond sliepen en we in de holst van de nacht ons naar binnen hebben moeten verplaatsen.

Dag zeven
's Ochtends het schooltje bezocht in het geboortedorp van Masse waar zijn broer directeur is. Nog wat uitleg gekregen rond micro-kredieten en de projecten. 's Middags met Doudou zijn busje naar de stad Koalack waar Masse met zijn eigen gezin woont en bij hem thuis doeken gebatikt. Ook hebben we nog een overdekte markt bezocht waarbij we blij waren dat Doudou er ons gewoon doorgegidsd heeft zonder al te veel uitleg wegens te druk, te veel geurtjes en te veel bekijks. Ik zal me ook vooral die bedelaar blijven onthouden die over zijn hele lichaam en gezicht bezaaid was met wat leek op tumoren. Het kon ook een vorm zijn van elephantiasis, ik weet het niet, maar het was een verschrikkelijk zicht. 's Nachts overnacht in Djourbel, het lelijkste stadje van Senegal. En dat was geen leugen, er was werkelijks niets. Zelfs met moeite elektriciteit (viel constant uit) of water in ons 'hotelletje'. Ik moest me beneden in een badkamer gaan wassen dat zo uit de gevangenis van Tanger kon geplukt worden. Maar het was water en zonder licht kon ik toch niet echt op de gore details letten. Al bij al toch heel goed geslapen. Buiten voor de tweede en laatste keer regen en onweer.

n539567897..71_7358.jpg

n539567897..00_2390.jpg

n102141882..08_6165.jpg

Geplaatst door Philine 26.10.2008 11:44 Gearchiveerd in Senegal Tagged backpacking Reacties (0)

Seneg à l'aise vervolg

sunny 40 °C

Dag acht
Kennis gemaakt met Amadou en Amara, onze gids en chauffeur voor de komende dagen. Dit keer geen luxe-bouworde busje maar een gamel, nog net aan elkaar hangend busje zonder airco off course. Het starten was altijd spannend (doet ie 'et of doet ie 'et niet?), de rookpluimen grandioos en de blik van Amara sprak vaak boekdelen. Af en toe hing hij zijn hoofd buiten om te zien of alles er nog aan hing. Amadou was ons iets te enthousiast na een week zweten op Senegalese bodem. Tijdens de ritten gaf hij bij iedere boom of dier dat we tegenkwamen met veel te luide stem een veel te lange uitleg. Terwijl de meesten tijdens zo een ochtelijke rit liever nog wat hun roes uitsliepen.
Onze belangrijkste stop van de dag was Touba, de heilige stad Moslim-stad met gigantische moskee. Heel indrukwekkend en wij liepen voor de gelegenheid ook volledig bedekt en gesluierd rond.

n118316692..97_4650.jpg

DSCN0374.jpg

Later die dag aangekomen in Lompoul, een klein traditioneel dorpje. Nu ja, klein... op dat moment niet zo want er was net een geboortefeest aan de gang. Normaal gebeurt dat een week naar de geboorte, maar omdat het toen rammadam was, werd het een weekje verlaat. Gigantisch veel mensen uit omliggende dorpen waren uitgenodigd en het was daar dan ook een drukte van jewelste. We kwamen juist toe voor etenstijd (rond 16u het middageten) en kregen direct een grote kom rijst met kip voor ons neus. Het werd eten met de handen zoals zij het doen en na vijf minuten beseffen dat iedereen je aanstaart omdat je met je linker- en dus onrein hand aan het eten bent. Na het eten volgde er een wandeling van een tweetal kilometer naar een prachtig stukje woestijngebied en tegen dat we de 2 km terug gewandeld hadden was het terug donker en konden we naar goede gewoonte in het donker installeren en eten. Het opfrissen gebeurde met een bassin water tussen de kippen en een paard en het slapen terug buiten op de grond.

n146703992..50_3884.jpg

n102141882..34_3021.jpg

n102141882..28_1354.jpg

Dag negen
Terug het busje in met Amadou en Masse. Eerst een korte stop bij een plaatselijk agri-cultuur projectje en dan naar het strand! Hoewel de hitte bij ondraaglijk was en de stroming veel te sterk, heb ik er toch van genoten. Annelies heeft die dag iets minder geluk gehad en is haar bril kwijtgeraakt. Na het strandbezoekje hebben we nog een aantal dorpjes bezocht, waar we steeds hartelijk onthaald werden en we ook telkens wat eten afgaven. In één van die dorpjes leefden een drietal gezinnen. De ouders en hun twee zonen met hun vrouwen en kinderen. Het viel ons op dat één van die vrouwen er betrekkelijk jong uitzag en inderdaad ze was achttien en al drie jaar getrouwd met haar dertigjarige man. Door onze vragen werden zij ook benieuwd naar onze manier van leven en het duurde dan ook even tegen we deftig uitgelegd kregen waarom polygamie niet aan de orde is in Europa. Voor hen is het zo vanzelfsprekend zoals monogamie dat bij ons is. Maar in de praktijk hebben we toch gezien dat dit zeker niet altijd aan de orde is in Senegal. Het mag, maar niet alle vrouwen gaan daarmee akkoord. Die nacht hebben we ook in een dorpje geslapen en ons terug gewassen met enkele emmers water.

n102141882..37_3873.jpg

n539567897..20_9050.jpg

DSCN0505.jpg

DSC_0005.jpg

Dag tien
's Morgens vroeg heeft een vrouw van het dorpje mijn haar beginnen vlechten en ik heb haar laten doen ondanks haar hardhandigheid. Uiteindelijk heb ik er achteraf veel deugd van gehad aangezien zo'n gevlecht haar veel minder plakt in die hitte. Na het ontbijt (stokbrood, wat anders) naar de markt. Niet overdekt deze keer, maar toch minstens even druk. Samen met de hitte op ons hoofd hebben er toen enkelen toch serieus afgezien dat moment. Die middag hebben we nog een dorpje bezocht dat duidelijk veel armer was dan de rest die we tot nu toe gezien hadden. Het verschil was dat zij geen directe watervoorziening hadden en kilometers moesten stappen voor een waterput. Omdat we al rijst hadden meegegeten bij een vorig stop in een dorp, hadden we die middag geen honger meer naar de pasta die Amadou had meegenomen voor ons en hebben we die allemaal kunnen afgeven in dat armer dorpje. Ze wisten niet wat hen overkwam. En van deze armoede zijn we dezelfde dag nog beland in Saint-Louis in een pracht van een herberg, met zwembad. Het contrast kon niet groter zijn. Velen hadden het er dan ook echt moeilijk mee.
De laatste uurtjes van de dag hebben we toen nog gevuld met zwemmen, lekker eten en wat kledij meegeven voor te wassen.

DSC_0019.jpg

Dag elf
Het grootste deel van de dag vrij. Terug veel gezwommen. En deugd dat het deed. In de late namiddag kwam Amadou ons oppikken voor een tour door de stad met paard en kar. Saint-Louis is een koloniale kuststad die voor de Fransen van groot belang was voor de exploitatie van goud, ivoor en slaven. Er staan prachtige koloniale gebouwen die ofwel staan te verkrotten ofwel helemaal zijn gerestaureerd voor dure hotels. We hebben er ook speciaal voor Tina, die geluidstechnicus is, een bezoekje gebracht aan een radio-station. Ze keek alvast haar ogen met welke ouderwetse apparatuur ze daar nog werken en Paco, de radioman, zag het al helemaal zitten om stage te komen doen bij haar in België. Het kustbriesje en het feit dat het al donker werd tijdens ons ritje en we wat koud kregen hebben me een verkoudheid opgezadeld voor de volgende dagen. Of was het dat nachtelijke zwempartijtje een paar uur later? Ons avondmaal hebben we genuttigd in Saint-Louis zelf en al lopend naar het restaurant op vijf minuten tijd aan de praat geraakt met Tamtam, een Senegalees die nog in Louvain-la-Neuve heeft gestudeerd en nog heeft opgetreden op Couleur Café. Op die vijf minuten ook een djembé gekocht aan hem aan een goed prijsje. De rit terug naar de herberg was met een gammele zwart-gele texi zoals er daar honderden rondrijden. Terug in de herberg hebben we kennis gemaakt met de mensen van de Joker-avontuurgroep (alle leeftijden) die de omgekeerde tour deden als ons en dus pas begonnen waren met hun rondreis. Ze wisten niet wat hun overkwam met al dat jong geweld en we hoorden dan ook sommigen zeggen 'amai, als ons dochters later ook zo worden...'. Wat later kwamen Babou en Colie toe, onze gidsen van Siné Saloum die ons terug gingen vergezellen de laatste dagen. Mijn djembé laten keuren door hen en complimenten gehad met de goede aankoop. Oef!

n539567897..30_2925.jpg

n146703992..85_4191.jpg

Dag twaalf
's Ochtends met Amadou en Amara naar Parc National de la Langue de Barbarie, een klein natuurgebied dat vooral voor vogels en schildpadden belangrijk is. Het is een landtong van een tiental kilometer lang, met aan de ene kant de Atlantische Oceaan en aan de andere de rivier Sénégal. We hebben het park bezocht met een piroquet, een soort bootje en zo via de rivier de landtong afgevaren en ondertussen heel wat vogels (reigers, flamingo's, etc...), varanen en vliegende vissen gezien. De namiddag mochten we zelf opvullen en ik ben met enkelen het stad ingetrokken. Nog eens het kraampje bezocht van Tamtam, mijn djembéverkoper en hij herkende me direct. Omdat ik niets meer bij hem kon kopen (er was al een grote hap uit mn souveniersbudget door de djembé) heeft hij une bonne prix gemaakt voor mijn reisgenootjes omdat ik zo een goede vriendin was voor hem. Haha, het typeert zo hun verkoopsmethoden, maar ergens is het wel charmant. Ze zullen altijd supervriendelijk doen en cadeautjes geven, maar dan wordt je wel met enige aandrang verzocht iets te kopen. Er je in opjagen heeft niet veel zin, ik lachte het meestal weg met een grapje en dat kunnen ze wel appreciëren. 's Avonds stond er een Soirée Senegalé op het programma. Een groepje dat kwam optreden en Senegalese vrouwen die een soort dans daarop deden waarbij alles bewoog wat aan hen hing. Ook hebben Babou en zijn vriend mijn djembé nog eens speciaal aangespannen met nieuwe koorden om het geluid nog beter te maken.

DSCN0643.jpg

Dag dertien
Terug het gammele busje van Amara in. Dit keer met nog meer! Wij twaalven, de chauffeur, Babou en zijn twee companen. Krap! Eerst een aantal uurtjes rijden tot in Thiès waar er een artisanaal marktje was. Ikzelf heb er niets gekocht maar de meesten hebben er zich toch nog eens goed laten gaan. Na een tussenstop voor een picknick zijn we toegekomen in Toubab Dialaw. Daar hebben we op het dakterras van een vriend van Babou geslapen, met zicht op zee! De nichten van Babou hebben gekookt voor ons, tieboudienne, de traditionele schotel die we de tweede dag ook gegeten hadden. En na het avondmaal moesten we ons allemaal in traditionele kledij hijsen voor een Senegalese avond op het strand met dans en muziek.

n539567897..76_9120.jpg

Dag veertien
En we blijven Amara zijn busje volproppen! Nog eens drie meer dan gisteren, de nichtjes wouden ook nog een lift. We hangen nog net niet aan de buitenkant zoals de Senegalezen het soms doen. Het starten verliep niet vlot en na enkele zwarte rookpluimen keek Amara toch eens onder motorkap, maar na tien minuutjes zijn we toch weg. Iedereen heel moe want we waren om 5u30 opgestaan om niet in de file te staan in Dakar. Het oorspronkelijke plan was om eerst naar de ViaVia te gaan om ons bagage te dumpen, maar doordat Babou in slaap was gevallen stonden we plots al aan de haven om de boot te nemen naar Ile de Gorée. Gorée is een eiland op vier kilometer van Dakar en is slechts 900m op 300m groot. Het werd in de 15de eeuw ontdekt door de Portugese ontdekkingsreiziger Bartolomeus Diaz en heeft door de invloeden van de verschillende overheersers (Portugezen, Hollanders, Engelsen en Fransen) een bijzonder karakter. De felgekleurde huizen geven het een Mediterrane tint, de architectuur heeft ook Arabische kenmerken. Op het eiland wonen 1200 mensen waarvan 800 moslims en 400 christenen, er staat zowel een moskee als een kerk. Het eiland staat sinds 1978 op de werelderfgoedlijst van UNESCO omdat het één van de belangrijkste getuigenissen is van de trans-Atlantische slavenhandel. We hebben er het Maison des esclaves bezoeken, het enige slavenhuis dat op het eiland is overgebleven en gerestaureerd om aan het nageslacht de wrede geschiedenis van het eiland mee te geven. Het huis werd omstreeks 1780 gebouwd. Op de benedenverdieping verbleven slaven, wachtend om verscheept te worden naar de Nieuwe Wereld. De waarde van de mannen was afhankelijk van hun gewicht, waarbij 60kg een minimum was. Wie minder woog werd in een speciale kamer gehouden en met bonen gevoed totdat het gewenste gewicht bereikt was. Jonge vrouwen werden gewaardeerd volgens hun borsten en maagdelijkheid. Zij konden hun vrijheid terugwinnen door met de handelaars naar bed te gaan. Er zijn twee strafkamers voor opstandige slaven, één voor de mannen en één voor de vrouwen. Het huis staat langs het water waar de beruchte Door of No Return op uitkomt. Langs deze deur werden de slaven op de schepen geladen. Wie probeerde te vluchten werd ofwel door wachters neergeschoten, ofwel door haaien verslonden.
Na Ile de Gorée nog een marktje en daarna terug naar de Via Via, ons vertrekpunt. Terug in mijn zelfde bedje geslapen als de eerste nacht en het leek alsof mn lichaam die warmte van die eerste nacht al veel beter gewend was.

n118316692..08_7831.jpg

DSCN0810.jpg

n539567897..32_3637.jpg

Dag vijftien
Onze laatste dag op Senegalese bodem... Tijdens de voormiddag stond er vrijwilligerswerk gepland. Vier mensen bij het project van Lies en acht mensen in het schooltje van Servaas. Ik verkoos het talibéproject van Lies, samen met Hanne, Kelly en Virginie. Het eerste uurtje hielpen Virginie en Kelly in het klasje bij de les leren lezen en schrijven en hielpen Hanne en ik bij de verzorging. Er waren heel weinig kinderen die dag dus het was niet druk. Hanne en ik hebben de medicatie- en verzorgingskast onder handen genomen en wat uitleg gegeven aan de vrijwilligers (die geen verpleegkundigen zijn) wanneer wat te gebruiken. Ook hebben we enkele wondjes verzorgd bij kinderen. Niet altijd gemakkelijk. Twee broertjes hadden daar bijvoorbeeld eenzelfde soort wondjes die volgens Fatou, één van de verantwoordelijken, veroorzaakt wordt door een soort onderhuids wormpje. Dan kun je beter afgaan op de kennis van Fatou dan op de eigen kennis. Maar toch enkele basisprincipes kunnen meegeven rond soorten wondes (rood - geel - zwart) en het gebruik van de verschillende soorten ontsmettingsmiddelen en bacteriedodende zalven. Het volgende uurtje wat met de kinderen gespeeld: het liedje Sur le Pond d'Avignon aangeleerd, kleuren, zakdoekje leggen,... Tegen het middageten kwam Fatou melden dat er een jongen ziek buiten zat. Ik ging er naar toe en zag dat hij niet echt reageerde. Hij zat daar gewoon in de vlakke zon voor zich uit te staren. Hij vertelde dat hij overal pijn had, maar toen ik aan zijn hoofd voelde merkte ik direct dat hij koorts had. We hebben hem naar binnen laten komen en zijn temperatuur genomen: 40°!!! Ik dacht direct aan malaria en Fatou was het met me eens omdat het het moment was waarop velen ervan ziek werden. We hebben hem onmiddellijk paracetamol en een malaria-behandeling gegeven. Normaal moet je zoiets laboratorisch vaststellen, maar daar ontbraken de middelen gewoon aan. Wat later moesten we weg omdat we met de rest van de groep hadden afgesproken, dus ik heb nooit geweten hoe het met hem is afgelopen.
In de namiddag zijn we voor de laatste keer gaan zwemmen in de zee en 's avonds was er nog een bbq op het strand, georganiseerd door de mensen van de VIa Via. Er waren terug een tiental talibé-kinderen bij. Annelies vertelde me dat er eentje bij zat die zat te huilen omdat zijn schoenen gestolen waren. Ik ben met hem gaan praten en het bleek één van de kinderen te zijn die in het begin van de ook op het project aanwezig was toen we het bezocht hadden. Talla, een jongen van tien jaar, met een serieuze blik in de ogen door het harde straatleven maar waar de intelligentie van af droop. Hij gaat naar het Talibé-project en naar school, spreekt perfect Frans en stelde veel vragen over België en de verschillen met zijn land. Hij was echter ontroostbaar dat zijn enige paar schoenen die dag gestolen waren dat Annelies en ik besloten er iets aan te doen. Op de bbq was er nog een vrijwilligster aanwezig die werkt bij Lies en ik heb haar mijn laatste 10 000 CFA gegeven (15 euro) om kinderschoenen te kopen de dag erna. Talla was dankbaar, maar je zag dat hij iets had van 'eerst zien en dan geloven'. Barbara heeft toen met hen op het zand naar de sterren liggen kijken en proberen uit te leggen hoe het is om in een vliegtuig te zitten. Met de pijn aan de oren en de kriebels in de buik. Ze vonden het geweldig en deden hun uiterste best om zich in te leven in iets wat ze misschien nooit zullen meemaken.
Een uurtje later zaten we zelf in de luchthaven.

n146703992..75_7247.jpg

DSC_0117.jpg

Dag zestien
Om 2u15 die ochtend steeg onze vlieger op dus het beloofde een lange nacht en dag te worden, zonder slaap. Al snel lagen de meeste te slapen, maar ik ben daar gene krak in. Dus was ik wat aan het rondkijken en merkte ik op dat er een vrouw enkele rijen voor me op het belletje drukte. Een stewardess komt aangesneld, kijkt wat bedenkelijk en komt terug met een glas water. Ze roept haar collega, ze onderhandelen wat en duwen nog eens op de bel om er een derde collega bij te roepen. Nog wat bedenkelijke gezichten. Aangezien ik toch niets beter te doen had, zeg ik dat ik verpleegkundige ben en vraag ik of ik kan helpen. Opluchting op hun gezicht en ze halen me er direct bij en beginnen de situatie uit te leggen. Een Francaise, met diarree, misselijkheid, pijn in de buik,... Ik zeg dat het waarschijnlijk een gewone Turista-diaree is en dat ze best wat plat kan liggen om te rusten. Ze wordt naar achter verhuisd. Een vijftal minuten later komen ze me terug halen. Of ik iets ken van Cholera? Natuurlijk niet, dat komt bij ons niet meer voor. Nu, ze hadden hun checklist overlopen en kwamen tot de constatatie dat de symptomen overeenkwamen. Het enige probleem was dat er bij zo'n vermoeden een ganse procedure moest opgestart worden en ze was benieuwd naar mijn advies. Ik zeg dat ik eens zal overleggen met mijn collega-verpleegkundigen die ook aan boord waren. We besluiten dat ze bij twijfel maar best van het ergste uitgaan en de procedure dan maar in gang moeten steken. Ik vertel het hen en ze laten me weten dat de commandant dit ook al beslist had. Vijf minuten later wordt ik terug geroepen. Of ik aan haar nog enkele vragen kon stellen over de duur van haar verblijf in Senegal en ook kon uitleggen dat ze een masker moest dragen. Het Frans van de Portugese stewardessen was niet denderend en ze hadden liever dat een verpleegkundige alles uitlegde. Nu goed, ik begin te praten met die vrouw en merk dat ze zich ondertussen al heel wat beter voelt. Ook blijkt dat ze gevaccineerd is en dat ze slechts één week in Senegal was. Ik communiceer dit terug naar de stewardessen, maar aangezien de vrouw niet kon bewijzen dat ze gevaccineerd was moest de procedure toch doorgaan en heeft ze de rest van de vlucht nog een masker moeten dragen. Bij landing in Lissabon stond een ambulance haar op te wachten, dus haar overstap naar Lyon kon ze wel vergeten... Rond 15u30 uiteindelijk aangekomen in Brussel. We grapten nog met enkelen dat we enkel eens een gedag kwamen zeggen en ons souveniers afgeven, maar de realiteit beslist er net iets anders over.

DSC00283.jpg

Senegal, à la prochaine!

Geplaatst door Philine 25.10.2008 5:31 Gearchiveerd in Senegal Reacties (1)

(Berichten 1 - 2 uit 2) Pagina [1]